Biodiversiteit? Een wildernis, nee dat hoeft niet!

 

Als tuinontwerper houdt ik van een nette tuin, met een helder lijnenspel, een goede structuur van hagen, heesters en bomen en een diversiteit aan habitat met daarbij behorende beplanting. Als jij denkt aan een biodiversetuin, denk je dan aan een wildernis? Ja, veel mensen met jou, maar dat hoeft niet zo te zijn! Er zijn enkele regels die je in de gaten kunt houden om een ‘nette’ biodiversetuin te maken. Lees verder voor bruikbare tips en achterliggende informatie.

Meer tuin, meer biodiversiteit.

In een grote tuin, is meer biodiversiteit. Dat hoeft niet per se, het is net op welke manier je biodiversiteit toepast in je tuin. Heb je een kleine tuin met respectievelijk veel bestrating, kun je terras of pad verwijderen en dit inplanten. Onbedekte delen van de tuin zoals muren en daken kunnen ook gebruikt worden om meer biodiversiteit te bereiken. Je kunt delen van je tuin omvormen tot biodiverseparels door; bijvoorbeeld je gazon in te inzaaien met een mengsel en je border te verrijken met inheemse planten.

Ik wil je graag een voorbeeld geven voor een biodiversgazon;

– Ecoflora heeft een mooi mengsel met als samenstelling: Agrostis tenuis (gewoon struisgras), Festuca rubra commutata (rood zwenkgras)
Lolium perenne (Engels raaigras), Poa pratensis (veldbeemdgras), Achillea millefolium (duizendblad)
Bellis perennis (madeliefje), Centaurea jacea (echt knoopkruid), Hypochoeris radicata (gewoon biggenkruid), Leontodon hispidus (ruige leeuwentand), Leucanthemum vulgare (wilde margriet)
Lotus corniculatus (gewone rolklaver), Medicago lupulina (hopklaver), Prunella vulgaris (gewone brunel), Trifolium repens (witte klaver), Veronica chamaedrys (gewone ereprijs). Dit mengsel kun je zaaien in de nazomer of het vroege voorjaar, De bloeiperiode is van mei tot en met september. Maaien gebeurt in het voorjaar (tot half juli) om de twee tot drie weken, op een hoogte van minimaal 8 cm. Daarna kan minder worden gemaaid of niet gemaaid tot midden september. Steeds afvoeren van het maaisel.

Kijk ook eens naar je omgeving. Wellicht kun je je tuin verbinden met je omgeving of dezelfde planten die in je omgeving aanwezig zijn gebruiken. Op deze manier vergroot je het leefgebied van de soorten die daar al voorkomen. Dit gebeurt ook als deze afzonderlijke stukjes ‘natuur’ niet rechtstreeks verbonden zijn met elkaar. Jouw tuin heeft een ondersteunde functie hierin.

Kies de juiste plant

Door de juiste plant op de juiste plek te zetten, groeien deze beter. Denk hierbij aan de bodem, lichtinval, vocht en voeding in de bodem. Maar kies je nu inheemse planten, uitheemse planten of een combinatie hiervan?

Voor bestuivende insecten geldt; gebruik een zo breed mogelijk arsenaal aan bloeiende planten, met een zo lang mogelijk bloeiseizoen. Hier maakt het niet uit of de inheemse of uitheemse beplanting is. Voor plantetende insecten geldt, plant inheems materiaal! Zij hebben een duidelijke voorkeur voor inheemse planten. Elke vlindersoort heeft zij eigen waardplant waar hij zijn eitjes op afzet en waar rupsen zich ontwikkelen. Bodem actieve insecten willen vooral een dichte vegetatie, spinnen daarentegen voelen zich beter in open plaatsen tussen de planten.

Concluderend kunnen we wel zeggen dat hoe meer verschillende planten, struiken en bomen er in een border of tuin aanwezig zijn hoe beter de biodiversiteit. Zoek hierbij zeker naar een combinatie met inheemse waardplanten en besdragende struiken.

Variatie in structuur, hoogte en vochtigheid.

Structuur in de tuin wordt veroorzaakt door verschillende biotopen aan te leggen. Biotopen brengen afwisseling in hoog en laag in droog en nat, zonnig en schaduwrijk. Verschillende structuren kunnen zijn: plantenborder, gazon-bloemenweide, heesterborder, hagen, bomen. Maar ook een heuvel of grondlichaam en een vijver of poel. Deze structuren zijn de ruggengraat van je tuin. Structuur kun je ook creëren door bijvoorbeeld een maaibeheer toe te passen. Dit doe je door een gedeelte van het gazon minder te maaien, waardoor er op den duur kruiden gaan groeien in je gazon. Op deze manier maak je verschillende microklimaten die voor meer biodiversiteit zorgen. Plant eens een boom in je tuin voor meer schaduwplekken, hier plant je dan ook weer andere planten, en in een hete zomer is het voor ons ook heerlijk genieten, onder zo’n boom.

Voedselarm is beter.

Een voedselarme grond is beter voor de biodiversiteit. Waarom zou je denken. Op voedselrijke bodem is de kans groot dat een klein aantal snelgroeiende soorten andere soorten zoals bloeiende kruiden wegconcurreren. Zo komen er in een bemest grasland minder soorten voor, zij kunnen hier moeilijk overleven. Een voordeel van een arme bodem is dat de planten minder snel groeien en hoef je dus minder te maaien, wieden en snoeien.

Beheer

Een biodiversetuin is gebaat bij een minimaal beheer, verstoor de bodem zo min mogelijk. Drastische ingrepen zijn niet goed voor de biodiversiteit. De bodem (biotoop) is gebaat bij een goed evenwicht. Evenwicht dat ontstaat door de natuurlijke processen hun gang te laten gaan.

Minder verlichting

Licht in de tuin, maakt de tuin sfeervoller, maar te veel licht in de tuin kan schadelijk zijn voor in het bijzonder de nachtvlinders. Zij worden aangetrokken door het licht, wat hun biologische klok verstoort.

 

Het is dus zeker niet noodzakelijk om een wildernis te creëren om een tuin met veel biodiversiteit te krijgen. Je kunt een goede keurige tuin, zelfs strakke tuin hebben die voldoet aan beschreven basiskwaliteiten.